Top 7: week van de psychiatrie boekentips

Van 29 maart tot 2 april is het week van de psychiatrie met op zaterdag 2 april ook nog eens de wereld autismedag. Deze week en dag staan in teken van het doorbreken van stigma’s rondom geestesziektes. In dit lijstje “7” boeken waarin psychische aandoeningen een rol spelen.

Alhoewel in de afgelopen jaren veel bekende mensen hebben geprobeerd het stigma rondom geestesziektes te doorbreken door ervoor uit te komen dat zij zelf met een psychische stoornis worstelen (denk aan hotties als Wentworth Miller en mijn all-time favoriete duo: Stephen Fry en Hugh Laurie), is het taboe rondom geestesziektes nog altijd niet doorbroken. Deze speciale weken en dagen zijn dan ook om meer begrip te kweken voor mensen die kampen met psychische problemen. Ik zet een aantal boeken op een rijtje met dit thema.

boeken

7 boekentips

      1. A beautiful mind – Sylvia Nasar
        Op deze autobiografie van de geniale wiskundige, John Nash, is de gelijknamige film gebaseerd. Mocht je geen zin hebben om een autobiografie te lezen dan is de film zeker een aanrader, want Russell Crowe vertolkt Nash op briljante wijze. Het boek op zichzelf is het lezen waard omdat het perfect weergeeft hoe dun de scheidingslijn is tussen geniaal en ‘gek’, maar ook hoe belangrijk het is om mensen te hebben die achter je staan, no matter what.
      2. The silver linings playbook – Matthew Quick
        Ik maak het vandaag wel makkelijk, want ook dit boek is verfilmd. Het gaat over Pat, een man van 34 jaar die net ontslagen is uit een psychiatrische instelling en nu bij zijn ouders intrekt. Hij heeft geen baan en geen contact met met zijn ex-vrouw Nikki, maar hijzelf is er van overtuigd dat het niet lang meer zal duren voordat hij haar in zijn armen kan sluiten. En dan ontmoet hij Tiffany, een vrouw met haar eigen psychische problemen.. (je moet wel tegen football termen kunnen wil je dit boek gaan lezen)
      3. The curious incident of the dog in the night-time – Mark Haddon
        Dit is oprecht één van mijn favoriete boeken aller tijden. Mocht je het nog niet gelezen hebben, ga het dan alsjeblieft doen, want dit boek is zo ontroerend en mooi van taal.
      4. Norwegian Woods – Huraki Murakami
        Het verhaal gaat over Wantabe die terugkijkt op zijn jeugd, toen hij voornamelijk optrok met Naoko en Kuziki. Wantabe en Kuziki zijn beste vrienden, totdat Kuziki zelfmoord pleegt. Naoko, beschadigd door deze gebeurtenis en haar verleden, worstelt met een depressie, waar ze steeds minder weerstand tegen kan bieden. Het boek gaat over liefde, hoop, seks, eenzaamheid en wanhoop. Prachtig verwoord, zoals we van Murakami gewend zijn.
      5. De een zijn dood – Bernlef“Ik wacht tot iets of iemand mij vult. Op een nacht droom ik dat ik een kind heb. Ik zou iemand lief willen hebben. Maar ik heb mij in een ander laten veranderen.” Dit boek gaat over hoe ingrijpend de psychische gevolgen van misbruik kunnen zijn. Prachtig ingetogen geschreven, een verhaal dat aanzet tot denken.
      6. De redding van Fré Bolderhey – Simon Vestdijk
        Of dit boek een realistische weergave geeft van het eerste stadium van schizofrenie blijft een discussiepunt, maar mooi geschreven is het boek wel. Met rijke beschrijvingen weet Vestdijk wanen en realiteit in elkaar over te laten lopen. Ik ben overigens alles behalve objectief als het op Vestdijk aankomt, want ik vind zijn boeken prachtig.
      7. Toen ik aan dit lijstje begon wilde ik een niet te lang lijstje maken, maar ook niet te kort. Zeven leek me een mooi getal. Omdat ik stiekem nog vier tips heb, smokkel ik die dus allemaal in tip nummer 7:  I never promised you a rose garden – Hannah Green, The things they carried – Tim O’Brien, All the bright places – Jennifer Niven & Paaz – Myrthe van der Meer.

 

Heb jij één van deze boeken gelezen of nog andere boekentips rondom het thema psychische stoornissen?

 

 

 

Advertenties

Griet op de Beeck – Laten we durven

cropped-2015-04-23-14-50-216.jpg

Laten we graag zien omdat we dat kunnen, en leven – voluit en gretig – omdat wij dat mógen en het daarom dubbel zo goed moeten doen.
Laten we beter leren weten, niet meer morsen met de dagen die al die anderen, daar, zomaar, opeens zijn kwijtgeraakt.
Laten we geen engelen zijn, maar als het kan toch ook geen duivels.
Laten we mensen zijn. En helemaal onszelf worden, niet wie we denken dat anderen wilden dat we waren.
Laten we moed houden, durven wankelen en redden wat er te redden valt. Onszelf bijvoorbeeld, en mekaar.
Laten we stoppen met hopen en doen wat moet gebeuren om het te doen gebeuren, en mild zijn voor wie dat nog niet kan.
Laten we ze openlaten: onze deuren, onze armen, onze geesten.
Laten we pantsers afleggen, en het en de andere tegemoet treden, telkens weer. Laten we slapende honden keihard wakker maken. Blijven geloven in dromen die ook uitkomen. Veel verwachten, genoeg spijt hebben, in zeven sloten tegelijk lopen, alle dingen aankijken, ook dat wat ons verontrust.
En laten we minachting koesteren voor de hopeloosheid, weten wat we waard zijn, onszelf gunnen wat we verdienen, want dat is vaak meer dan we geneigd zijn te denken. En laten we begrijpen wat de liefde is, onthouden dat dat alles is, of toch bijna.
Laten we durven. Ja.

Ik ben een lui vogeltje

DSC_1017

Iets meer dan een halfjaar geleden besloot ik om een ochtendpersoon te worden en daar had ik een heus strijdplan voor (lees het hier). Volgens de planning zou ik nu wel ongeveer een mega gestructureerd, blij ochtendmens moeten zijn, maar helaas is dat niet het geval. Je zult mij nog steeds niet zingend onder de douche horen stappen om 6 uur ’s ochtends en ik houd ook geen meditatie-sessies voordat de zon opkomt. Mijn liefdesrelatie met mijn bed is nog steeds intens, dus als de vogeltjes van mijn wake-up light mij om 6 uur vertellen dat ik het bed moet verlaten, blijf ik stiekem gemiddeld nog twintig minuten liggen.

Het goede nieuws? Twintig over zes is nog steeds best wel vroeg. Als ik rustig aan doe, ontbijtje maak, kopje thee drink, kort douche,  mijn oefeningen voor de fysio doe en nog een stukje lees, red ik het makkelijk om rond 8 uur op mijn werk te zijn. Groot deel van mijn collega’s zijn iets minder vogeltjes, dus ik heb de eerste twee/drie uur voor mijzelf om mijn to-do lijst van die dag af te werken. Op het moment dat ik merk dat ik weer eens de toekomst probeer te voorspellen door middel van de wolken buiten, weet ik dat het oké is om naar huis te gaan, want rond die tijd zit mijn werkdag er vaak wel weer op. En juist omdat die eerste uren zo productief zijn, mag ik van mijzelf in de middag iets vaker een praatje maken of een stukje wandelen.

Al met al hebben sommige strategieën vreselijk gefaald. De snoozeknop en ik zijn nog steeds best buddy’s (mede omdat het bij mijn wake-up light eigenlijk er op neerkomt dat ik de zon moet high-fiven, hoe gaaf is dat), soms lukt het gewoon niet om op tijd in bed te liggen en ik heb ook niet altijd een onwijs gave reden om op te staan, maar ondanks dat het merendeel van te strategieën gefaald heeft, ben ik toch wel een beetje een vogeltje.

Mijn allergrootste geheim? Licht. Licht is alles. De reden waarom ik tot twintig over zes in bed blijf liggen? Om twintig over zes wordt het licht. Ik heb inmiddels een wake-up light aangeschaft en die beste vriend heeft mij door de winter heen geholpen, maar ik merk dat nu het lente begint te worden mister wake-up light met zijn vogeltjes niet meer voldoet. Ik heb de echte zon nodig om huppelend uit mijn bed te springen om een boterham met hagelslag te gaan eten.

Daarnaast ben ik ook nog een beetje zoekende wat betreft mijn ochtendritueel. Yoga is geen optie, ik weiger op mijn hoofd te gaan staan om mijn chakra’s in balans te brengen, maar het rustig lezen van een boekje is ook niet ideaal. Op dit moment komt het nog iets te vaak voor dat ik pas om 9 uur op mijn werk ben, omdat ik tijdens het lezen vaak spontaan vergeet dat er ook nog zoiets bestaat als werken. Oeps.

Staan jullie vroeg op en zo ja, heb je een ochtendroutine?