Griet op de Beeck – Laten we durven

cropped-2015-04-23-14-50-216.jpg

Laten we graag zien omdat we dat kunnen, en leven – voluit en gretig – omdat wij dat mógen en het daarom dubbel zo goed moeten doen.
Laten we beter leren weten, niet meer morsen met de dagen die al die anderen, daar, zomaar, opeens zijn kwijtgeraakt.
Laten we geen engelen zijn, maar als het kan toch ook geen duivels.
Laten we mensen zijn. En helemaal onszelf worden, niet wie we denken dat anderen wilden dat we waren.
Laten we moed houden, durven wankelen en redden wat er te redden valt. Onszelf bijvoorbeeld, en mekaar.
Laten we stoppen met hopen en doen wat moet gebeuren om het te doen gebeuren, en mild zijn voor wie dat nog niet kan.
Laten we ze openlaten: onze deuren, onze armen, onze geesten.
Laten we pantsers afleggen, en het en de andere tegemoet treden, telkens weer. Laten we slapende honden keihard wakker maken. Blijven geloven in dromen die ook uitkomen. Veel verwachten, genoeg spijt hebben, in zeven sloten tegelijk lopen, alle dingen aankijken, ook dat wat ons verontrust.
En laten we minachting koesteren voor de hopeloosheid, weten wat we waard zijn, onszelf gunnen wat we verdienen, want dat is vaak meer dan we geneigd zijn te denken. En laten we begrijpen wat de liefde is, onthouden dat dat alles is, of toch bijna.
Laten we durven. Ja.

Advertenties

Ik ben een lui vogeltje

DSC_1017

Iets meer dan een halfjaar geleden besloot ik om een ochtendpersoon te worden en daar had ik een heus strijdplan voor (lees het hier). Volgens de planning zou ik nu wel ongeveer een mega gestructureerd, blij ochtendmens moeten zijn, maar helaas is dat niet het geval. Je zult mij nog steeds niet zingend onder de douche horen stappen om 6 uur ’s ochtends en ik houd ook geen meditatie-sessies voordat de zon opkomt. Mijn liefdesrelatie met mijn bed is nog steeds intens, dus als de vogeltjes van mijn wake-up light mij om 6 uur vertellen dat ik het bed moet verlaten, blijf ik stiekem gemiddeld nog twintig minuten liggen.

Het goede nieuws? Twintig over zes is nog steeds best wel vroeg. Als ik rustig aan doe, ontbijtje maak, kopje thee drink, kort douche,  mijn oefeningen voor de fysio doe en nog een stukje lees, red ik het makkelijk om rond 8 uur op mijn werk te zijn. Groot deel van mijn collega’s zijn iets minder vogeltjes, dus ik heb de eerste twee/drie uur voor mijzelf om mijn to-do lijst van die dag af te werken. Op het moment dat ik merk dat ik weer eens de toekomst probeer te voorspellen door middel van de wolken buiten, weet ik dat het oké is om naar huis te gaan, want rond die tijd zit mijn werkdag er vaak wel weer op. En juist omdat die eerste uren zo productief zijn, mag ik van mijzelf in de middag iets vaker een praatje maken of een stukje wandelen.

Al met al hebben sommige strategieën vreselijk gefaald. De snoozeknop en ik zijn nog steeds best buddy’s (mede omdat het bij mijn wake-up light eigenlijk er op neerkomt dat ik de zon moet high-fiven, hoe gaaf is dat), soms lukt het gewoon niet om op tijd in bed te liggen en ik heb ook niet altijd een onwijs gave reden om op te staan, maar ondanks dat het merendeel van te strategieën gefaald heeft, ben ik toch wel een beetje een vogeltje.

Mijn allergrootste geheim? Licht. Licht is alles. De reden waarom ik tot twintig over zes in bed blijf liggen? Om twintig over zes wordt het licht. Ik heb inmiddels een wake-up light aangeschaft en die beste vriend heeft mij door de winter heen geholpen, maar ik merk dat nu het lente begint te worden mister wake-up light met zijn vogeltjes niet meer voldoet. Ik heb de echte zon nodig om huppelend uit mijn bed te springen om een boterham met hagelslag te gaan eten.

Daarnaast ben ik ook nog een beetje zoekende wat betreft mijn ochtendritueel. Yoga is geen optie, ik weiger op mijn hoofd te gaan staan om mijn chakra’s in balans te brengen, maar het rustig lezen van een boekje is ook niet ideaal. Op dit moment komt het nog iets te vaak voor dat ik pas om 9 uur op mijn werk ben, omdat ik tijdens het lezen vaak spontaan vergeet dat er ook nog zoiets bestaat als werken. Oeps.

Staan jullie vroeg op en zo ja, heb je een ochtendroutine?

Boekenweek 2016 (en waarom je deze 9 boeken moet kopen)

Wiehoe, het is boekenweek en dat vind ik leuk! Tijdens boekenweek mag ik namelijk altijd een boek van mijzelf uitzoeken (net alsof ik daar een reden voor moet hebben). Als je meer dan €12,50 uitgeeft aan Nederlandstalige boeken dan krijg je het boekenweekgeschenk (Broer van Esther Gerritsen) cadeau, waarmee je gratis kunt reizen op 20 maart. In feite ben je dus dief van je eigen portemonnee wanneer je deze week geen boek koopt. Daarom heb ik speciaal voor jou negen boeken op een rijtje gezet als inspiratie.

  1. Pogingen iets van het leven te maken – Hendrik Groen. Het geheime dagboek van de 83-jarige Hendrik Groen. De naam is een pseudoniem, maar het is een raadsel of het om een (bekende) schrijver gaat of dat er daadwerkelijk een man van 83 een dagboek bijhield. Alleen dat al maakt het wat mij betreft de moeite waard om te lezen.
  2. We kunnen niet allemaal Duitsers zijn – Wouter Meijer. Dit jaar is Duitsland het thema en ik vind van dit boek de titel leuk, dus is het een verantwoorde aankoop deze week (als je voor een echt Duits boek gaat, vind ik persoonlijk Das Parfum nog altijd een van de mooiste boeken).
  3. Mannen zonder vrouw – Haruki Murakami. Ik hoef denk ik niemand uit te leggen waarom het ALTIJD een goed idee is om een boek van Huraki Murakami te kopen.
  4. Het smelt – Lize Spit. Vorige week in DWDD had ze een leuke knot op der hoofd en op de voorkant van haar boek staat een gouden spit (op de luxe versie), beide dingen die ik erg kan waarderen. Daarnaast schreef de Volkskrant dat Het smelt verwant is aan schrijvers als Hugo Claus en Dimitri Verhulst, dus ik vraag me nu heel erg af waarom ik dit niet al veel eerder ben gaan lezen.
  5. Gij nu – Griet op de Beeck. Soms moet je iets lezen wat onder je huid gaat zitten. Het zal ongetwijfeld zo zijn dat Griet op de Beeck steeds hetzelfde kunstje uithaalt, maar wat mij betreft blijven haar boeken meer dan de moeite waard. Ze schrijft prachtig.
  6. De doodsvogel – Samuel Bjørk. Als je van thrillers houdt, dan is dit boek een aanrader. De doodsvogel, het tweede boek met Holger Munch in de hoofdrol, lees je in één ruk uit.
  7. Papegaai vloog over de IJssel – Kader Abdolah. Wederom behoeft het eigenlijk geen uitleg, want Kader Abdolah is de koning van het verhaal. In dit boek laat hij zien hoe het is om als vreemdeling een land binnen te komen. Niet alleen krijg je begrip voor de asielzoekers, maar ook voor de oorspronkelijke bevolking. Gezien de huidige situatie zouden misschien meer mensen dit boek moeten lezen.
  8. Nooit meer slapen – W.F. Hermans. Veel mensen zullen dit boek al gelezen hebben, maar zo niet, ga dat alsjeblieft zo snel mogelijk doen. Het is prachtig. Beloof me één ding, ga niet naar de film voor je het boek hebt gelezen.
  9. De man en het hout – Lars Mytting. We eindigen lekker praktisch met een boek over hout. Na het lezen van dit boek wil je meteen houthakken in het bos en een openhaard in je huis bouwen, geloof me.

Ga jij nog boeken kopen tijdens de boekenweek en zo ja, welke?